Biografie
Je schooltijd is de mooiste tijd van je leven wordt er vaak gezegd. Voor mij geldt dit niet. Ik ben geen dag met plezier naar school geweest. Van de kleuterschool liep ik al weg. Toen ik een jaar of zeven was, heb ik een week in het ziekenhuis gelegen om een wijnvlek van mijn gezicht te laten verwijderen. Omdat ik hiermee gepest werd hebben mijn ouders besloten deze wijnvlek te laten verwijderen. Mijn hele schooltijd heb ik moeite gehad met mij staande te houden in de groep, ik stond vaak alleen. Ik werd een expert in het ontlopen van moeilijke situaties. Ik liep vaak de hele pauze rond door de straten totdat de school weer inging. Vrienden maken en contacten onderhouden vond ik moeilijk. Vriendschappen waren bij mij vaak van korte duur. Er ging in het contact met anderen bij mij veel mis, dit wist ik, maar niet waarom het mis ging. Ik kon hiervoor alleen mijzelf de schuld geven. Ik hoorde dan vaak dat ik niet luisterde, mijn best niet deed of dat ik lui was. Hier had ik veel last van, want ik deed wel mijn uiterste best, het lukte me gewoon niet. Ik zocht dan vaak naar rust door bijvoorbeeld ‘s avonds en in de weekenden te gaan vissen. Vanaf mijn vijftiende jaar ging ik als het even kon ook graag ’s nachts vissen omdat ik dan echt alleen was, ik kon dan rustig nadenken. Ook zwierf ik als ik vrij was van school vaak uren in gedachten doelloos rond en ging dan weer naar huis. De moeilijkheden werden naarmate mijn schooltijd verliep alleen maar groter. Op het voortgezet onderwijs waren er ook leraren die het op mij gemunt hadden (-). Ik voelde mij erg eenzaam, ik was hier niet tegen opgewassen. Ik praatte vrijwel nooit over mijn problemen. Door de situatie in ons gezin was hiervoor weinig ruimte, tenminste zo voelde het voor mij. Mijn moeder is het grootste gedeelte van mijn jeugd overspannen en mijn vader zorgde daarom hoofdzakelijk voor ons. Rond mijn tiende jaar gingen wij als gezin verhuizen. Naast ons woonde nu een oude vrijgezel. Hij hield wel van een biertje en zat altijd in zijn keukentje. Dit was zijn enige vertrek, omdat hij in een aanbouw woonde van de boerderij van zijn familie. Hij was boer en hij deed maar wat, hij was vaak voor een ander aan het werk. Vanaf mijn zestiende was ik regelmatig bij hem te vinden. Als ik het thuis niet kon vinden zat ik vaak bij hem. Ik kon goed met hem praten en we trokken veel met elkaar op. We gingen vaak naar een café voor een biertje of vervoerden weken lang hout of hooi met zijn trekker en aanhanger. Ik heb goede herinneringen aan deze man. Bij mijn moeder in de familie waren er diverse grote problemen (-) en dit had grote invloed bij ons als gezin. Ook bij mijn vaders familie zat het echter ook niet goed met vrijwel dezelfde problemen als bij mijn moeder. Spanningen liepen in huis vaak hoog op. De problemen werden nog groter toen mijn moeder kreeg te horen dat ze ernstig, zelfs dodelijk ziek was (-). Ondanks alles ging het dagelijks leven zo gewoon mogelijk door in ons gezin. Mijn omgeving had de nodige verwachtingen van mij, ik moest werk hebben, mijn rijbewijs behalen, sociaal meedoen. Ik slaagde er niet in om aan deze verwachtingen te voldoen, hoe ik mijn best ook deed. Ik zag om mij heen dat leeftijdsgenoten er wel in slaagden om relaties aan te gaan, te werken of hun rijbewijs te behalen. Volgens mijn ouders moest ik daar een voorbeeld aan nemen. Ik werd vaak jaloers op degene die het wel lukte. Mijn frustraties reageerde ik af op mijn omgeving door onverschilligheid en geen interesse meer te tonen en er met de pet naar te gooien. ik steek in deze tijd ook mijn eerste sigaret op. Soms ging ik andere mensen nadoen om toch mijn doel te bereiken. Dit voelde onnatuurlijk en als het fout ging had ik daar erg veel last van en schaamde mij er voor. In deze tijd vond ik aansluiting bij mensen die het sociaal niet zo nauw namen en bij hen kon ik zijn wie ik was. Ik leerde in deze tijd ook mijn eerste vriendin kennen. Mijn familie keurde deze relatie niet goed, en het kon ook niet anders of deze relatie was maar van korte duur omdat ik in tweestrijd stond. Zij kon hier niet meer tegen en ze zette een punt achter onze relatie. Tijdens deze relatie moest ik ook opkomen voor mijn dienstplicht. Een voordeel in het leger vond ik dat daar vrijwel alles gestructureerd was en je hoefde zelf maar weinig te regelen en vrijwel alles was afgebakend met tijd. Ik vond dit wel prettig, ik wist precies waar ik aan toe was en dat scheelde mij een hoop stress. Ik heb helaas mijn diensttijd niet af mogen maken, ik werd alsnog afgekeurd op mijn ogen. Bij thuiskomst wilde ik gelijk op mezelf wonen. Als ik thuis zou blijven wonen werd het voor mij een onhoudbare zaak. Ik was de laatste van de kinderen die nog thuis woonde. Met mijn vader had ik geen goed contact en eigenlijk wist ik helemaal niet wie hij was. Na zijn dood heb ik hem via zijn eigen schrijfwerk hem pas echt leren kennen. Ik had eigenlijk niets wat ik met hem deelde zoals hobby’s of interesses, wij leefden gewoon langs elkaar heen, zeker op het gebied van gevoel. Ik kon vaak niet met hem door één deur, wat toen veel strijd en spanning veroorzaakte tussen hem en mij. Mijn moeder was altijd de spil als er onenigheid was tussen mijn vader en mij. Eenmaal uit huis ging ik nog wel geregeld naar mijn ouders toe, vooral dan naar mijn moeder. Zij was bezorgd om mij en zag dat het niet goed ging. Mijn vader was ook wel bezorgd maar hij maakte dat op een andere manier duidelijk. Omdat nu de maatschappij ook van alles van mij begon te verwachten, zag ik het op een dag niet meer zitten. Ik ben verward naar mijn moeder gegaan die mij adviseerde om naar de huisarts te gaan omdat zij het ook niet meer wist. Ik kwam nu voor het eerst in aanraking met GGZ (geestelijke gezondheidszorg). Ik ging een poliklinisch traject in. Wekelijks had ik daar gesprekken en naar aanleiding van deze gesprekken kreeg ik de nodige psychische onderzoeken. Ook kreeg ik hier voor het eerst medicatie. Mijn ouders zagen echt wel dat het echt niet meer ging. Volgens mijn vader moest ik gewoon aan het werk, dat was volgens hem de oplossing. Mijn moeder zag wel dat er met mij meer aan de hand was. Ik wist dat dit tussen hun twee vaak een strijdpunt was en ik heb mij daarover altijd schuldig gevoeld. Ik kon geen overzicht meer houden in mijn dagelijkse bezigheden, mijn moeder werd steeds zieker en ik nam nu ook nog wereld- problemen op mijn schouders. Ik kon het niet meer aan en alcohol werd voor mij een medicijn. ‘s Avonds dronk ik met medicatie stevig de spanning van mij af, waardoor mijn situatie zeker niet beter werd. Door de stress raakte ik ook snel geïrriteerd en boos. Ik stond onder enorme druk waardoor ik verkeerde beslissingen nam. Zo ging ik bijvoor- beeld weer verhuizen en nam financiële risico’s waarvan ik de gevolgen niet meer kon overzien. Het duurde dan ook niet lang of ik werd opgenomen. Ik kwam terecht op een gesloten afdeling binnen GGZ. De eerste twee weken had ik geen vrijheden. Wel kwamen er nieuwe onderzoeken en dagelijkse gesprekken. Ik kreeg nu ook meer medicijnen o.a. antipsychoticum en antidepressiva waar mijn lichaam op moest worden ingesteld. Ik kreeg hiervan een raar gevoel. Ik werd onrustig en ook kon ik mijn mond niet meer dicht houden, en dan heb ik het niet over praten. Dit moest na een tijdje overgaan. Zo niet dan kreeg ik daar weer medicatie voor. Het was een gesloten afdeling waar een tiental mensen verbleven. Het was meestal vrij rustig behalve wanneer er iemand bij kwam, dan kon het flink hectisch zijn. De nieuwe persoon moest zijn draai vinden in de groep. Ik vond het moeilijk om mijn draai te vinden. Het nadeel is dat je niet voor elkaar hebt gekozen. Als er iemand moest separeren en niet wilde stond de afdeling op zijn kop, en het duurde dan even voor de rust was teruggekeerd. Overdag viel er niet veel te doen. Sommige zaten versuft en rokend de hele dag voor zich uit te kijken of lagen op bed. Er waren er ook, die hadden teveel energie en dat lieten ze dan ook goed merken. Maar toch als je van verveling hield kwam je hier niets te kort. Je kon wel een keer per week een middag naar handenarbeid of je had soms therapie. Hier begonnen ook de systeemgesprekken met mij en mijn ouders onder leiding van een psycholoog. Omdat mijn moeder vaak naar het ziekenhuis moest en na een behandeling erg ziek was, vonden deze gesprekken vaak bij mijn ouders thuis plaats. Mijn vader liet tijdens deze gesprekken heel duidelijk weten dat ik daar niet hoorde, ik moest volgens hem zoals gewoonlijk gewoon aan het werk. Hij zette mij hierdoor in tweestrijd. Ik moest kiezen en ging na een half jaar weer naar huis. De problemen rezen al snel weer de pan uit en ik belande weer in een zware crisis. Een tweede opname volgde maar nu voor langere tijd. Eenmaal terug op de afdeling ging ook mijn hoeveelheid medicatie weer omhoog. Na een tijdje ging ik naar een andere afdeling. Hier had ik meer vrijheden. Ik kon nu weer naar buiten zonder dat er eerst sloten moesten worden ontgrendeld. Bij mijn medicatie kwamen al snel kalmeringstabletten waarvan ik sterk afhankelijk werd. Ik kreeg ook hier nog steeds systeemgesprekken met mijn ouders. De spanning liep vaak hoog op bij deze gesprekken en wat er gezegd moest worden werd niet gezegd. Ook hebben er toen gesprekken plaats gevonden tussen het maatschappelijk werk en mijn ouders maar dan zonder mij. Deze gesprekken zouden later voor mij van grote waarde zijn. Na een paar jaar zat ik nog steeds in de psychiatrie, een paar afdelingen verder. Mijn moeder zou spoedig overlijden. En op een morgen belde mijn vader mij op met het bericht dat mijn moeder was overleden. Ik was vijfentwintig jaar en met haar dood viel mijn houvast en steun weg. Er braken moeilijke tijden aan. Er werd na de begrafenis niet veel meer over mijn moeder gesproken, dit hoofdstuk was voorbij en ik moest zelf mijn weg hierin vinden. Een jaar later ging ik naar een resocialisatiewoning toe als laatste stap. Hier heb ik een paar jaar gewoond. In deze tijd heb ik mijn vrouw leren kennen en ik was bezig om hierna beschermd te gaan wonen. En daarmee ging alles in een stroomversnelling. We hadden plannen gemaakt om te gaan samenwonen. Dat deden we ook. En nadat we zijn gaan samenwonen, waren we ook nog eens snel getrouwd. Er werd nu natuurlijk veel van mij verwacht van alle kanten, mijn familie, schoonfamilie. Ik had totaal geen rust meer en nam verkeerde beslissingen. Ik probeerde situaties te redden door het iedereen zoveel mogelijk naar de zin te maken. Dit lukte mij niet en kreeg daardoor veel verwijten naar mijn hoofd. Ik voelde mij in mijn huwelijk en binnen mijn familie erg eenzaam. Ik was bijna een jaar getrouwd en nu werd mijn vader ernstig ziek en hij overlijd in korte tijd. Er waren heel veel mensen bij zijn rouwdienst en de aula zat dan ook helemaal vol. Tijdens de begrafenisceremonie werd ik in de toespraak die werd gehouden helemaal niet genoemd. En dat terwijl ik zijn enige zoon was. Ik heb hier veel last van gehad. Kort na mijn vaders begrafenis ging ook nog mijn vrouw bij mij weg. Ze kon niet anders (-). En zo volgde er ook nog een scheiding. Er brak nu een tijd aan van eenzaamheid en depressie. Ik begon extreem veel te drinken. Ik sloot mij op in mijn huis en de gordijnen gingen op een dag niet meer open. Ik moest weer opnieuw beginnen maar ik wist niet meer hoe. Ik was nu alles kwijt. Er waren twee hulpverleensters die nog bij mij kwamen en vrijwel kwam er praktisch nooit iemand. Ook overleed kort na mijn vaders overlijden mijn beste maat en oude buurman van vroeger. Hij overleed onverwachts. Ik ben helaas niet op zijn begrafenis geweest. Ik heb geen uitnodiging gehad (-). Mijn ex was wel bij zijn begrafenis. Ook hadden een paar kennissen mij gevonden om mijn geld, ze hebben hier heel handig gebruik van gemaakt (-). Ik had een behoorlijke erfenis na het overlijden van mijn vader. De erfenis was echt een smak geld. Ik verloor het vertrouwen in mijzelf, anderen en de maatschappij. Mijn leven werd ook nog eens verziekt door de wijk waarin ik woonde. Ik heb herhaaldelijk hiervoor op het politiebureau gezeten maar zonder dat dit probleem echt werd opgelost (-). Het ging steeds slechter met me, het interesseerde mij allemaal niet meer. Hoe ik mijn ook best deed, het liep steeds uit op een teleurstelling. De tijd verstrijkt en in 2006, na de zoveelste black- out van teveel alcohol en een bezoek aan de eerste hulp in het ziekenhuis, maakte ik de balans op van mijn leven; ik had een alcohol- pillenprobleem en woog nog ongeveer 63 kilo. Financieel zat ik aan de grond. Ik had geen werk en vrijwel geen contacten. Mijn leven was een puinhoop.

Een biografie met autisme

Najaren.nl

Biografie vervolg
www.najaren.nl
info@najaren.nl
www.najaren.nl